scanner icon

Dynaplus vis de quincaillerie plaque intérieure galvanisée tête plate TX

Vis serrures et charnières | Marque: Dynaplus
Prod. nr: 0285.10.25601
Une variante
info icon Pourquoi ne puis-je pas voir les prix?

La description

Les vis de quincaillerie de Dynaplus® sont spécialement développées pour la fixation des quincailleries de fenêtres et de portes. Ce qui est très important pour ces vis, c'est qu'elles sont à la fois très solides et flexibles. Cela minimise le risque que la tête de la vis se casse pendant le vissage. La très petite tête de vis sans nervures de fraisage permet de ne pas endommager le revêtement en zinc de la ferrure ou de la charnière lors du vissage. La vis est disponible en deux finitions. Les vis de quincaillerie 4,0x40 ont un diamètre de tête de Ø 7,0 mm et s'insèrent parfaitement dans les trous de vis des ferrures pivotantes et des gâches, et sont donc de véritables références dans le secteur de la menuiserie. Les vis de quincaillerie 4,5x40 s'insèrent avec une tête d'un diamètre de Ø 8,0mm exactement dans les trous de vis des charnières de porte et, grâce à leur diamètre plus épais, constituent une solution idéale pour le remplacement des charnières dans les anciens trous de vis. La forme de la tête inférieure de la vis de quincaillerie assure une finition plate esthétique dans les trous de vis de la quincaillerie.
La pointe de foret spéciale avec sections transversales pré-perce bien et empêche le fendillement du bois, assurant ainsi une valeur d'arrachement élevée de la vis. Ces vis de quincaillerie peuvent donc porter la marque de qualité SKH-98-08 pour la menuiserie de façade anti-effraction et sont donc approuvées pour une utilisation dans les ferrures de sécurité (Politie Keurmerk Veilig Wonen).
Il existe également des vis de quincaillerie avec une tête blanche ou noire.

Caractéristiques

Information produit

Diamètre:4 mm
Longueur:40 mm
Version du fil:Fil complet
Tête de modèle:Tête plate
Type de conduite:TX
Taille de conduite:15
Diamètre de la tête:7 mm
Remuer:Non
Type de forage:Pointe de diamant, Fil dentelé
Matériel:Acier au carbone
Traitement de surface:Plaqué zinc
Traitement de surface de couleur:Bleu
Poids pour 100 pièces:0,2 kg
Nombre de plu:3675
EAN/GTIN:8712811017345

Informations techniques

NORME CE:14592
Marque de qualité:SKH-9808
Intrastat:73181499
Numéro de dop:DP0285.01

Informations logistiques

Quantité d'emballage:200 des morceaux
Genre d'emballage:Boîte
Matériau d'emballage:Carton / Plastique
Largeur d'emballage:9 cm
Profondeur d'emballage:9 cm
Hauteur d'emballage:6 cm
Volume d'emballage:486 cc
Emballage du poids brut:400 g

Marques de qualité et applications

quality mark icon quality mark icon

Info technique

Alternatieve namen:  

Galvaniseren, electroplating, zinc plating 

 

Algemeen:  

Elektrolytisch verzinken is een elektrochemisch proces waarbij een zinklaag neergeslagen wordt op het productoppervlak. Binnen electrolytisch verzinken is een breed scala aan alternatieven voorhanden in laagdiktes, basismaterialen (zink / zink-ijzer / zink-nikkel), passiveringen. De minimale laagdikte is ca 3 μm, en kan oplopen tot ca 30 μm (gecombineerde laag).  Wij hanteren op onze bevestigingsartikelen meestal een minimale laagdikte van 5 μm.   

Een elektrolytisch zinkproces heeft altijd een nabehandeling om aantasting van de zinklaag te voorkomen. Dit heet het passiveren (of ook wel chromateren of bichromatiseren) en vertoond afhankelijk van de behandeling (passiveren) een transparant groengele (geelverzinkt) of metalliek-lichtblauwe tint (blauwverzinkt). Door het passiveren neemt de corrosiebestendigheid sterk toe en wordt het uiterlijk verfraaid. De passiveerlaag is een dun zinkchromaat/zinkoxidelaagje boven op de zinklaag. Bij standaard verzinken geeft dit een metalliek-lichtblauwe tint en bij geel verzinken vertoont de zinklaag een transparant goudkleurige tint. De corrosiebestendigheid van deze twee verschillende passiveringen is vrijwel gelijk maar de geelverzinkte variant is sinds de nieuwe ROHS richtlijn uit 2011 in opspraak geraakt vanwege het schadelijke zeswaardig chroom wat voorheen gebruikt werd bij deze passivering. 

Bij het elektrolytische verzink proces wordt er waterstof op het productoppervlak ontwikkeld. Zeker bij geharde staalkwaliteiten met een hoge sterkte, met name vanaf 8.8 en hoger, kan de in het staal opgenomen waterstof een aanzienlijk verlies aan ductiliteit veroorzaken (de zogenaamde waterstofbrosheid). 

 

 

Toepassingsgebied:  

Het toepassingsgebied van elektrolytisch verzinkte bevestigingsmaterialen is divers vanwege de diverse corrosiewerende eigenschappen door de laagdikte. 

Verzinkte bevestigingsmaterialen worden doorgaans voorzien van een beschermende zinklaag volgens ISO A2A met een minimale laagdikte van 5 Mu. In principe geldt hoe dikker de zinklaag op stalen bevestigingsmateriaal, hoe langer het duurt voordat hij weg gecorrodeerd is; de gemiddelde atmosferische corrosie voor alle zinktypes in Nederland in de buitenatmosfeer bedraagt momenteel 0,42 μm/jaar (gegevens TNO, Rijkswaterstaat en TU Delft); dat komt gemiddeld overeen met een corrosie klasse C2 in Nederland.  
De zinklaag wordt aangetast door de hoeveelheid Chloride en SO2 (zwavel) in de omgeving. Het water maakt deze aantasting mogelijk. SO2 heeft een grote invloed op het corrosiegedrag en daardoor op de duurzaamheid van stalen - verzinkte producten.  Het corrosieklimaat in West-Europa wordt wel steeds minder agressief door de drastische afname van het SO2-gehalte in de lucht. Het SO2 gehalte in Nederland is door allerlei maatregelen en wetten in Europees verband, zoals eisen aan autobrandstoffen, uitstoot van energiecentrales, etc. vanaf 1980 geleidelijk gaan dalen tot een verwaarloosbaar niveau. 
Naast SO2 speelt Choride een belangrijke rol bij corrosievorming van zink. Chloride maakt de oxidelaag op het zink sneller oplosbaar in water, waardoor de zink-corrosiesnelheid toeneemt. Als het zink (plaatselijk) is verdwenen, neemt ook de ijzercorrosiesnelheid toe in aanwezigheid van Chloriden. Nederland heeft voornamelijk in een smalle strook van ca. 750 meter langs de kust een hoog chloridegehalte; echter uit veiligheidsoverwegingen nemen we 10 km om ook de invloed van de zeewind mee te nemen.  
Onder normale condities wordt gebruik van verzinkte bevestigingsartikelen geadviseerd in beschermde condities (binnen gebruik). 

Corrosiewerendheid:  

Tot 24 uur in zoutsproeitest volgens ISO 9227 voor A2A tot circa 240 uur voor speciale zink- ijzer legeringen. 

 

Maximale toepassings temperatuur:  

80 graden Celcius 

 

Aanduiding elektrolytische zinklagen conform ISO 4042 

In ISO 4042 is de aanduiding van elektrolytische zinklagen vastgelegd. Aanduiding vindt plaats middels een code van twee letters & een cijfers (bijvoorbeeld: A2F) In dit voorbeeld staat de A voor zink (Zn), de 2 voor een laagdikte van 5 μm en de F voor een heldere passivering. De volgende tabellen geven de diverse onderdelen van de code weer: 

 

Basis materialen 

Laagdikte 

Passivering 

A 

Zink (Zn) 

1 

3 

A 

Kleurloos 

B 

Cadnium (Cd) 

2 

5 (2+3) 

B 

Blauw (mat) 

C 

Koper (Cu) 

3 

8 (3+5) 

C 

Geel (mat) 

D 

Messing (CuZn) 

9 

10 (4+6) 

D 

Olijfkleur (mat) 

E 

Nikkel (NI) 

4 

12 (4+8) 

E 

Kleurloos  

F 

Nikkel-Chroom (NiCr) 

5 

15 (5+10) 

F 

Blauw 

G 

Koper-Nikkel (CuNi) 

6 

20 (8+12) 

G 

Geel 

H 

Koper-Nikkel-Chroom (CuNiCr) 

7 

25 (10+15) 

H 

Olijfkleur 

J 

Tin (Sn) 

8 

30 (12+18) 

J 

Kleurloos (glans) 

 

 

 

 

K 

Blauw (glans) 

 

 

 

 

L 

Geel (glans) 

 

 

 

 

K 

Blauw (glans) 

 

 

 

 

R 

Zwart (mat) 

 

 

 

 

S 

Zwart (blank) 

 

 

 

 

T 

Zwart (glans) 

 

Normale leveringscondities in bevestigingsmaterialen: 

Electrolytisch verzinkt:  ca. 5 μm  A2A / A2B / A2E / A2F. Zonder specifieke overeenkomst tussen leverancier en afnemer kan een willekeurige variant geleverd worden 

Geel verzinkt:  ca. 5 μm   A2C / A2G / A2L. Zonder specifieke overeenkomst tussen leverancier en afnemer kan een willekeurige variant geleverd worden 

 

Voor de controle van producteigenschappen 

Het houtonderzoeksinstituut SHR geeft vorm aan en regelt de controle van producten die in combinatie met hout en houtmaterialen worden gebruikt. Het doel hiervan is om afhankelijk van de toepassing de producteigenschappen te onderzoeken. Schroevenfabrikanten kunnen hun producten bijvoorbeeld conform de voorschriften van de Europese norm voor schroeven EN 14592 laten controleren. Het SHR-symbool toont aan dat een product op zijn eigenschappen is gecontroleerd en dat het resultaat in een catalogus is opgenomen. De verklaring van het symbool heeft echter uitsluitend betrekking op de uitvoering van jaarlijkse controles voor het vaststellen van de karakteristieke schroefwaarden. Een controle van de productielocatie vindt daarentegen niet plaats.  

 

Verschillen SHR en SKH 

De symbolen SHR en SKH geven een verschil aan dat voor de gebruiker van groot belang is. In geval van een SKH-onderzoek wordt  de overeenstemming van testresultaten en schroefeigenschappen van de verkochte artikelen beter gewaarborgd. Schroeven met een SKH-keurmerk bieden de garantie dat de aangegeven karakteristieke waarden en eigenschappen betrouwbaar door de aanbieder in acht worden genomen. Hierbij wordt  niet alleen de documentatie gecontroleerd, maar worden ook de actuele karakteristieke waarden zoals de trekvastheid of het breukdraaimoment van de voltooide schroef zelf gecontroleerd. 

 

Jaarlijkse controle 

Het SHR-keurmerk is sinds 2010 verkrijgbaar op schroeven voor houttoepassingen. SHR, als onafhankelijk onderzoekslaboratorium in Wageningen, voert dergelijke onderzoeken uit in haar laboratorium. Een aantal producenten en leveranciers hebben besloten om de kwaliteit van hun schroeven niet alleen in eigen laboratorium te onderzoeken, maar ook om essentiële eigenschappen van de schroeven door een onafhankelijk laboratorium te laten bepalen. De testmethoden die hiervoor worden gebruikt staan beschreven in de geharmoniseerde Europese norm EN-14592, die ook gebruikt wordt voor het CE-keurmerk. Door middel van jaarlijkse steekproeven wordt gedeclareerde kwaliteit in de gaten gehouden. De kwaliteitssystemen van de schroefmerken met het SHR-keurmerk moeten borg staan voor de levering van een constante kwaliteit.  

Het SHR-keurmerk mag door een product worden gevoerd als SHR heeft vastgesteld dat de prestaties die door de fabrikant of leverancier worden geclaimd, ook daadwerkelijk behaald worden. De eigenschappen die worden onderzocht zijn: uittrekweerstand, intrekweerstand, indraaimoment en buigsterkte. Minimaal eenmaal per jaar wordt door SHR, via steekproeven, gecontroleerd of de schroeven nog steeds de juiste eigenschappen bezitten. Indien het kwaliteitssysteem ook beoordeeld moet worden, voert SKH, een onafhankelijke certificerende organisatie, de controle uit. In dat geval kan het SKH-keurmerk worden verkregen indien ook de laboratoriumtesten positief uitvallen. De leveranciers die het SHR-keurmerk mogen voeren voor de vermelde typen zijn: 

 

Welke schroeven van Hoenderdaal hebben de SHR-kwaliteitsverklaring?

  • Proftec spaanplaatschroeven TX met snijpunt -> SHR-nummer-008

Er is door de Nederlandse timmer-, deuren- en hang- & sluitwerkindustrie uitvoerig onderzoek ingesteld naar de inbraakwerendheid van houten gevelelementen volgens NEN 5096 en de NEN-EN 1627 t/m NEN 1630. Dit heeft geresulteerd in een groot aantal combinaties van houten gevelelementen met toepassing van specifiek hang- en sluitwerk. De resultaten van deze onderzoeken zijn door SKH verwerkt in de SKH-Publicatie 98-08. 

 

Basis voor gecertificeerde houten gevelelementen is BRL 0801 (Beoordelings-richtlijn voor houten gevelelementen) en BRL 0803 (Beoordelingsrichtlijn voor houten buitendeuren). De KVT (Kwaliteit van houten gevelelementen), uitgegeven door de Ned. Bond van Timmerfabrikanten, is het uitgangsdocument voor kwalitatief timmerwerk. De SKH-Publicatie 98-08 is een aanvullend document op de KVT en omschrijft de specificaties voor inbraakwerend geveltimmerwerk. 

Voor u ligt de versie t/m november 2012 van de SKH-Publicatie 98-08. Deze publicatie is de algemene leidraad voor de productie van houten ramen en deuren in samenstel met kozijnen die dienen te voldoen aan de eisen van het Bouwbesluit (art. 2.129 t/m 2.131) m.b.t. inbraakwerendheid. Deze SKH-Publicatie draagt zorg voor een juiste specificatie van houten gevelelementen teneinde te voldoen aan de prestatienorm van NEN 5096 en NEN-EN 1627 t/m NEN 1630. De onderbouwing van deze prestatienorm is gerealiseerd vanuit bovenvermelde beproevingen, waarbij zo veel als mogelijk rekening is gehouden met de overige publiekrechtelijke eisen die aan gevelelementen worden gesteld. 

 

Het in deze publicatie opgenomen hang- en sluitwerk en bevestigingsmiddelen voldoen aan alle eisen van NEN 5096 en NEN-EN 1627 t/m NEN 1630. Wanneer uit de toepassing van hang- en sluitwerk en bevestigingsmiddelen blijkt, dat dit niet de gedragingen van hout (een natuurproduct) kan volgen en daarbij in de fase van gebruik van deze gevelelementen tot storingen of gebreken leidt, behoudt SKH zich het recht voor, bij gebleken noodzakelijkheid, om dergelijk hang- en sluitwerk of bevestigingsmiddelen niet meer in deze SKH-Publicatie op te nemen. 

De meest recente gegevens zijn in deze versie van de SKH-Publicatie 98-08 verwerkt. Deze SKH-Publicatie is een servicegericht document. Vanuit SKH wordt er voor gezorgd dat deze informatiebron zo actueel mogelijk blijft. 

 

Bevestigingsmiddelen 

De van toepassing zijnde bevestigingsmiddelen dienen voorts te voldoen aan de eisen voor metalen onderdelen volgens de KVT , katern 37, waarbij de volgende aanvullingen van toepassing zijn. 

Van toepassing zijnde bevestigingsmiddelen: 

- stalen spaanplaatschroeven; 

- RVS spaanplaatschroeven; 

- stalen patentbouten; 

- nagels van staal en RVS. 

Voor toepassing en verwerking van bevestigingsmiddelen gelden de volgende voorwaarden: 

A. m.b.t. de schroefafmetingen voor bevestiging van: 

- scharnieren:  

- ten minste 4,0x40 mm in naaldhout 

- tenminste 4,0x 30 mm in loofhout t.b.v. klasse 2 

- tenminste 4,0 x 40 mm in loofhout t.b.v. klasse 3  

- Bij toepassing van uitvulplaatjes >1mm dient de schroeflengte te worden aangepast. Bij toepassing van uitvulplaatjes tenminste 4 x 35mm in loofhout toepassen. Bij toepassing van uitvulplaatjes ≤1 mm tenminste 4 x 30mm in loofhout toepassen. 

- nastelbare scharnieren: ten minste 4,0x40 (loofhout) of 4,0 x 45 mm (naaldhout) (zie bijlage 1); 

sluitwerk: afhankelijk van houtsoort en/of type sluitwerk, zie de specificaties in bijlagen 2 en 3; 

- draaivalbeslag: afhankelijk van type en onderdeel, zie de specificaties in bijlage 2; 

- hefschuifbeslag, zie specificatie in bijlage 2; 

B. m.b.t. de verwerking van schroeven voor sluitwerk en beslag: 

- om splijten van het hout te voorkomen, dienen ten minste de onderstaande onderdelen voorgeboord te worden:  

 

Kozijn 

Bewegend deel 

Draairamen 

Wel 

Wel 

Draaivalramen 

Wel 

Niet 

Hefschuifpuien 

Niet 

Wel 

Deuren 

Wel 

Wel 

  • - de gatdiameter is de maximaal kerndiameter van de schroef; 

    - voorboordiepte is minimaal de halve schroeflengte; 

    Het voorboren van schroeven is niet noodzakelijk als aangetoond wordt dat een bepaalde schroef minimaal gelijkwaardig is, voor wat betreft de treksterkte evenwijdig aan en loodrecht op de schroef, aan een voorgeboorde schroef zoals hierboven omschreven. 

    Schroeven voor de bevestiging van meerpuntssluitingen in vlakke houten buitendeuren dienen altijd voorgeboord te worden (zie brief SKH 02/5277 RW/ys) 

    C. m.b.t. de bevestiging van veiligheidsbeslag: 

    - de gaten voor de bouten moeten worden voorgeboord, gatdiameter is de diameter van de bout of conform goedgekeurd verwerkingsvoorschrift van fabrikant. 

    Spaanplaatschroeven waarbij het voorboren, zoals omschreven in de publicatie 98-08 niet noodzakelijk is 

     

  • De schroeven in het Hoenderdaal assortiment met het SKH-98-08 keurmerk:

- Dynaplus Universeelschroeven Indoor PK PZ-drive

- Dynaplus Universeelschroeven Indoor PK TX-drive
- Dynaplus Universeelschroeven Outdoor PK TX-drive

- Dynaplus beslagschroeven Indoor TX-drive

- Dynaplus beslagschroeven Outdoor TX-drive

 

Noot: 

De acceptatie van de hierboven vermelde schroeven is geen vrijbrief om in geen enkele situatie meer voor te boren. Het onderstaande dient in acht te worden genomen:  

- in de situaties waarin u in het verleden schroeven voorboorde, omdat dat, gezien de eigenschappen van de ondergrond noodzakelijk werd geacht, zult u in vergelijkbare ondergronden bij inbraakwerende gevelelementen eveneens moeten voorboren. 

- In de situaties waar u in het verleden niet voorboorde en dit in het kader van inbraakwerende houten gevelelementen noodzakelijk wordt geacht, kunt u het voorboren met de in bijlage 5 genoemde schroeven achterwege laten. (schrijven 01/5168 RW/ys d.d. 25 april 2001)